Er bestaat geen getal dat voor iedereen klopt, en werkplaatsen die eens per jaar zeggen, zeggen dat omdat het een makkelijk te onthouden regel is. Een fiets die tweeduizend kilometer per jaar door de stad gaat, buiten staat en in de winter over gestrooid zout rijdt, heeft twee keer per jaar iets nodig. Een fiets die vijfhonderd kilometer doet en binnen staat, kan met een keer per twee jaar toe. De onderdelen weten niet hoe laat het is; ze weten alleen hoeveel er langs is gekomen en hoe nat het daarbij was.
Wat wij bij een beurt eigenlijk doen, is een handvol dingen meten die je met het oog niet ziet. De kettingrek, de dikte van remblokken of remschijven, de spaakspanning, de speling in de balhoofd- en de trapaslagers, en bij een elektrische fiets de accucapaciteit. Al die waarden zetten wij op het bonnetje. Twee bonnetjes achter elkaar leveren iets op wat een enkele beurt nooit kan geven: een snelheid van slijtage. Daaruit valt te zeggen wanneer jij terug moet komen, en dat is een beter advies dan een vast interval.
Er zijn drie dingen die tussen de beurten door meer helpen dan wat dan ook, en die kosten geen van drieen geld. Het eerste is bandenspanning: een band op de helft van de voorgeschreven druk kost je merkbaar kracht en slijt aan de zijkant kapot. Kijk elke maand even. Het tweede is de ketting schoonmaken en daarna pas smeren. Het derde is de stalling: een fiets die droog staat gaat ongeveer twee keer zo lang mee als dezelfde fiets die buiten onder een boom staat, en dat verschil is groter dan welke beurt ook.
De grootste misvatting die wij tegenkomen, is dat je wacht tot er iets stuk is. Bijna alles op een fiets geeft weken van tevoren een signaal: de rem die iets verder ingaat, het geluid dat er bij nat weer wel is en bij droog niet, de versnelling die alleen bergop overspringt. Wie op dat signaal komt, betaalt het bijstellen. Wie wacht tot het echt stuk is, betaalt het onderdeel en vaak ook het onderdeel dat eronder zit. Dat verschil is bij ons gemiddeld een factor drie.
Dus het antwoord dat wij geven is dit: laat hem nakijken als je iets merkt, en anders na ongeveer tweeduizend kilometer of na een winter buiten. Kom je met een fiets waar niets aan mankeert, dan zeggen wij dat en rekenen wij het kwartier kijken niet. Dat kost ons een half uur per week en levert klanten op die niet meer wachten tot het te laat is, en dat is precies wat wij willen.