Een slag in een wiel is meestal geen schade aan de velg maar een verstoring in de spanning. Een fietswiel is een constructie die zijn stevigheid niet uit de velg haalt maar uit vijfendertig spaken die allemaal aan diezelfde velg trekken. Zolang die trekkrachten in balans zijn, staat de velg midden tussen de naafflenzen. Trekt er ergens een spaak harder of losser, dan verschuift de velg naar die kant. Richten is dus niet iets rechtbuigen, het is die balans terugzetten door spaken een kwartslag aan of los te draaien.
Daarom is de eerste vraag bij een slag niet hoe erg hij is, maar waar hij vandaan komt. Een gebroken spaak is de makkelijke variant: vervangen, narichten, klaar. Een wiel dat langzaam scheef is gaan lopen zonder dat er iets brak, is het echte werk, want dan is de spanning in het hele wiel ongelijk geworden en heeft het geen zin om alleen op de scheve plek te draaien. Dan gaat het wiel er in zijn geheel doorheen, spaak voor spaak, en dat duurt langer maar houdt ook langer.
De grens waar wij nee zeggen ligt bij de velg zelf, en dan vooral bij velgremmen. Elke velg voor een velgrem heeft een slijtgroef of een slijtstip in de remflank: een klein kuiltje dat verdwijnt als de flank te dun is geworden. Als dat kuiltje weg is, is de wand die de bandenspanning tegenhoudt op sommige plekken nog een halve millimeter dik. Zo een velg kun je richten, en hij staat daarna keurig recht, maar hij kan bij hard remmen in de regen openscheuren. Dat gebeurt zelden, en het gebeurt altijd op het slechtst denkbare moment.
Het tweede nee is een geknikte velg. Bij een echte klap, meestal een stoeprand of een gat, kan de velg een plooi krijgen waar het aluminium overheen is gerekt. Die plooi krijg je er met spaakspanning niet uit; je kunt hem verstoppen door de spaken eromheen ongelijk te spannen, en dan heb je een wiel dat er recht uitziet en dat binnen een half jaar weer scheef staat. Wij laten die plooi liever zien en rekenen voor tot wat een nieuw wiel kost.
Zelf kijken kan trouwens prima. Zet de fiets op de kop of in een standaard, draai het wiel rond en kijk naar de spleet tussen de velg en het remblok of het vorkbeen. Een zijslag van een millimeter zie je nauwelijks en die zit in bijna elk gebruikt wiel. Twee millimeter is merkbaar en de moeite van een afspraak waard. Alles wat zichtbaar heen en weer gaat is een wiel waar iets in gebroken of losgelopen is, en daar hoor je niet meer op te rijden.